Terug naar Sacarest Homepage  

 

Ervaringen van een werkleerder

 

Gisteren ben ik door Dolf en Erik bij het trammetje van Finestrat naar Alicante afgezet. Zo begon de weg terug naar de beschaving. Wouter, mijn zoon, had het idee dat ik als een kabouter zou terugkeren met baard en warrig haar, inclusief puntmuts. Zijn fantasie functioneerde levendig. Dat in gedachten hebbend heb ik, nadat ik in Alicante aankwam, me direct naar de kapper gespoed en heb mijn haar laten knippen. Ik heb schoensmeer gekocht om mijn schoenen te fatsoeneren en heb mijn nog enige schone overhemd aangetrokken, die ik speciaal voor de terugreis bewaard had. Ik was er klaar voor, ik kon de stad weer aan.

Ik ben de stad ingegaan, heb een stokbrood en een chocoladebroodje gekocht en ben door de stad gaan lopen. Zo maar, alle prikkels oppikken die een stad mij kan geven. Doelloos, ontheemd. Op mijn gevoel zat een cijferslot waar ik de combinatie niet van kende. Ik zat met mijn lijf in Alicante en met mijn hart in Sacarest. Overgangen gaan veel te snel voor mijn geest en dat is te merken aan mijn lijf. Ik voel me lusteloos.

De volgende dag word ik wakker met van alles in mijn hoofd wat zoekt naar een weg naar buiten. Ik ga om 07.15 uur aan de schrijftafel in mijn hotelkamer zitten en begin te schrijven. Mijn verhaal wil eruit. Ik begin te schrijven en pas om 16.00 uur heb ik het gevoel dat ik wel kan stoppen. Ik kon het die dag niet nalaten om steeds de pen weer te pakken. Ik ben begonnen in mijn hotelkamer, daarna verhuisd naar de salon omdat ik de kamer om 12.00 uur moest ontruimen, toen werd ik moe van het schrijven en ben ik wat in de stad gaan lopen om in een broodjeswinkel verder te schrijven. Om 16.00 uur zat ik op een top met uitzicht op het kasteel van Alicante, de zee en de Puig-Campana mijn laatste woorden op te schrijven.

Na mijn fysieke reis, heen en weer over de Puig-Campana, was dit schrijven mijn spirituele reis. De verankering van mijn gevoel in mijn lijf. Als vanzelf kwamen er allemaal beelden bij me langs die, als een evaluatie, nog eens mijn aandacht vroegen. Ik werd vanmorgen wakker en lag weer aan mijn avontuur met Dana te denken. Niet een mooie vrouw uit de bergen maar Dana is het principe dat Sacarest gebruikt om de gasten in staat te stellen een wederprestatie te doen voor hun verblijf.

Dana hield me al ruim voor mijn laatste dag bezig, want ik had geen idee hoe ik met  deze wederprestatie om wilde gaan. Ik ben mij op Sacarest thuis gaan voelen en ben Dolf en Anne als vrienden gaan beschouwen. Ik wil hen geen zeer doen door hen tekort te doen in de betaling. Ik ben er rekensommetjes op los gaan laten over hoeveel een hotel kost en hoeveel ik nog extra moest betalen, want ik had nu toch vol pension. Daarnaast heb ik het leerwerk programma gedaan en heb dus ook in natura bijgedragen aan Sacarest. Maar hoeveel is dat werk van mij nu waard? In plaats dat Sacarest mij een rekening presenteert, zat ik nu zelf mijn eigen rekening op te stellen, op waarschijnlijk precies dezelfde wijze als een hotellier het zou doen. Het enige verschil is, dat ik me afvroeg of ik met de vaststelling van het bedrag Sacarest tekort zou doen en daarmee Anne en Dolf zou kwetsen. Een hotellier vraagt zich waarschijnlijk af, of zijn klanten nog wel komen als hij de prijs te hoog vaststelt. De avond ervoor heb ik een bedrag genoemd en dat werd in dank aanvaard. We hebben de avond nog wat verder doorgebracht maar de tevredenheid over Dana kreeg ik niet. Ik vond er geen rust in.

De hele nacht heb ik er over lopen woelen en kwam om 03.00 uur tot de conclusie dat ik zo niet naar huis ging. Ik zou mijn aanwezigheid op Sacarest met een negatieve erfenis belasten en dat wilde ik perse niet. De verhoudingen waarop deze Dana tot stand gekomen was klopte niet naar mijn gevoel. Ik had gehandeld vanuit de angst om Dolf en Anne tekort te doen. En daar waar angst is kan geen liefde zijn, heeft Dolf mij meer dan eens voor ogen gehouden.

Vanaf 03.00 uur in de ochtend begon ik Dana anders te bekijken.  Dolf en Anne kunnen goed voor zichzelf zorgen en hebben dat in mijn ogen ook gedaan. Ik vind dat ze een prachtige wereld om zich heen gecreëerd hebben en ze maken op mij de indruk dat ze het daar goed mee hebben. Als ik dan mijn Dana niet voor hen doe, voor wat of wie dan wel?

Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik Dana voor mezelf doe. Om voor mezelf met een goed gevoel af te sluiten. Mijn Dana gevoel begon daarna te groeien vanuit de belevenissen die ik in de afgelopen maand op Sacarest gehad heb. Een deel van mijn Dana heb ik bestemd voor het werkleer programma. Ik heb aan dit programma heel veel gehad en ben daar dankbaar voor. Ik heb gehoord dat ik tot de fortuinlijke behoor, die aan dit programma hebben deelgenomen. Er waren voorgangers van wie de problemen groter zijn dan die van mij. Mijn geluk stelt mij dan in de positie om iets voor mijn mede werkleerders te doen. Dit omdat ik me verwant voel. We staan in dezelfde traditie. Ik heb er veel aan gehad en dat  gun ik iedereen. Ik hoop dat mijn deel er toe zal leiden dat nieuwe werkleerders ook ten volle van dit programma kunnen profiteren.

Een ander deel van het bedrag betaal ik omdat er voor mij onkosten gemaakt zijn en Sacarest geld nodig heeft om te draaien. Daarmee druk ik mijn wens en verantwoordelijkheidsgevoel uit voor het vervolg van Sacarest.

Tot slot heb ik ook een bedrag niet betaald, wat ik in eerste instantie wel had toegezegd. Met dit bedrag heb ik  mijn eigen nuttige inzet voor Sacarest tot uitdrukking gebracht. Ik sta mezelf toe mijn inzet te waarderen als nuttig en zinvol voor Sacarest. Een stukje Dana naar mezelf toe. Vanuit het leerwerkprogramma heb ik niet alleen genomen maar ook gegeven.

 Wat Anne en Dolf mij gegeven hebben wil ik niet in geld uit drukken. Wat ik voor hen ben gaan voelen gaat verder dan geven en nemen. Ik ben dankbaar voor alle warmte, belangstelling en aanmoediging die ik van hen ontvangen heb. Zij zijn voor mij een inspiratiebron en leermeesters. Ik hoop dat datgene wat zij bij mij hebben weten los te maken, ook op hen weer zal terug vallen. Dat het hen weer zal inspireren als zij zien dat anderen, door hun inzet, geïnspireerd raken. Wat mij rest is dankbaarheid dat ik dit heb mogen ontvangen.

 Ik hoop dat Anne en Dolf hun aandacht en energie voor  Sacarest willen blijven geven of anders voor een goed vervolg willen zorgen. Ik vind Sacarest een prachtig concept wat me dierbaar geworden is. Voor mij klopt Dana zo.

Het werkleer programma

In diezelfde mooie zaterdagochtend, speelde het ook door mijn hoofd dat ik het een mooi principe vind, dat Dolf en Anne hun werkleerders aan tafel uitnodigen en hen min of meer mee laten lopen met hun eigen leven. Zij nodigde mij uit bij de dagelijkse gang van zaken en betrokken mij bij de besluitvorming daaromtrent. Zij toonden zich oprecht geïnteresseerd in wat ik ergens van vond. De cynicus was ik. In het begin dacht ik nogal eens, dat zij niet op mijn mening zaten te wachten. Naar mijn idee hadden zij het al veel gedaan en wisten zij van de meeste zaken wel hoe deze op te pakken. Dat laatste klopt wel maar dat wil niet zeggen dat mijn mening geen toegevoegde waarde kan hebben bleek mij later. Bovendien is het een uitnodiging om mee te doen. Zonder dat ik mezelf erin verdiep maak ik immers geen contact met het onderwerp.

De begeleiding die Dolf en Anne geven bestaat uit zorgvuldige, gewetensvolle observaties. Ik heb de indruk dat ze goed doorzagen waar ik mee bezig was. Hun opmerkingen en vragen sneden hout. Verder zijn Dolf en Anne complimenteus en stimulerend. Ze stelden zich uitnodigend op bij het ontwikkelen van mijn eigen stijl en zij leerden me mijn eigen ruimte in te nemen. In de loop van de tijd heb ik de vraag of iets wel mocht steeds meer laten vallen. Dat gaf me een prettig gevoel en ging me daardoor steeds vrijer door het huis begeven.

 Op Sacarest heb ik gemerkt dat ik me graag nuttig voel. Het geeft mij het gevoel dat ik ertoe doe. Ik kan vlug het tegendeel voelen. Tolle noemt dit een pijnlichaam. Ik vond tafeldekken prettig en besteedde er tijd en aandacht aan. Ik deed het met plezier omdat ik aanvoelde dat Anne het belangrijk vindt dat de tafel goed gedekt is. Zo werd het ook voor mij belangrijk en had ik het gevoel dat ik met iets nuttigs bezig was. Ik voelde me belangrijk omdat het voor Anne belangrijk was. Voor mij was het een prettige uitwisseling van wederzijds respect.

Veel minder vanzelfsprekend ging mijn taak met het hout. Mij was gevraagd om grote blokken hout tot kachelhout te verwerken. Het was vers hout. De week ervoor was er een reusachtige tak van de boom gewaaid. Deze tak wilde zichzelf niet zonder meer tot kachelhout laten verwerken en bood moedig weerstand. De wig raakte vast in het blok en was met geen mogelijkheid meer los te krijgen. De vezels hielden elkaar omstrengeld en waren met geen breekijzer los te rukken. Het viel voor mij niet mee om met deze weerstand om te gaan. Toen het hakken niet zo lukte raakte ik al vlug gedemotiveerd en ging ik het gevoel ontwikkelen met een nutteloze taak bezig te zijn. Er lag immers een blinkende motorzaag. Ik voelde op mijn klompen aan dat met dit apparaat de tak in een mum van de tijd tot kachelhout verwerkt is. Een beetje voelde ik me voor de gek gehouden.

In deze mentale gemoedstoestand  plaatste ik,  naast de weerstand van de boom, mijn eigen innerlijke weerstand. Ik voelde mijn ontevredenheid groeien. Ik voelde me stuntelig en dat irriteerde me. Ik voelde de pijntjes in mijn lijf. Mijn armen en schouders voelde stijf. Mijn versnelde ademhaling vatte ik te vlug op als dat ik bekaf was. Ik verschafte me graag een excuus om deze klus even neer te leggen. Als klap op de vuurpijl werd ik ook nog eens belaagd door een boze bij. Deze bij vond dat ik te dicht naast de bijenkast aan het werk was. Hij vond het nodig mij te verjagen. Toen had ik het eventjes gehad met het hout.

 Op een gegeven ogenblik werd mijn aandacht toch weer door het hout getrokken.  Ik was immers uitgenodigd om iets met het hout te ondernemen. Dat hout dat daar in stevige blokken lag en een lange neus naar me trok. Mijn handen deden niet veel maar mijn geest was er wel mee aan het werk. Het hout lag er een keek me, op een uitdagende manier aan.

Aarzelend ging ik weer wat proberen. Een bijl, haalde ik erbij en sloeg daarmee wat vezels stuk. Dolf adviseerde me om eens wat te proberen met 2 breekijzers, om daarmee de stukken van elkaar te scheuren. Stapje voor stapje breidde ik mijn arsenaal aan mogelijkheden uit. Na iedere keer dat ik vastliep, ontdekte ik weer een nieuwe stap. Er kwam wat beweging maar niet van harte.  Nog steeds was ik niet voldoende bij mijn taak aanwezig. Waar was ik dan wel? Ik hield me bezig met mezelf. Ik was in verzet.

In verzet iets toch doen. Deze houding van mezelf heb ik op Sacarest ontdekt. Het is een houding die eruit bestaat dat ik vind wat ik aan het doen ben, niet leuk is, of niet goed genoeg, of dat ik het niet voldoende machtig ben, of,of,of. Allemaal redenen was ik aan het bedenken waarom ik er niet mee bezig zou moeten zijn. Er waren immers zoveel betere methoden om hakhout te fabriceren. Iemand die juist aangekomen was lichtte voor mij een tip van de sluier. Hij vertelde mij; "Ik ga nu een paar dagen in de natuur zitten maar houthakken is even goed om jezelf te vinden. Het maakt niet uit wat je doet".

Deze opmerking zette me aan het denken; "Zo, ik ben dus geen hakhout aan het produceren omdat ik dat als werkleerder beloofd heb, maar ik kan van dit hout iets leren". Mijn belangstelling voor het werk was gewekt. Ik verplaatste mijn concentratie van mezelf naar het werk waar ik mee bezig was. Daar werd het een stuk leuker van. Ik merkte dat ik blijer ging houthakken. De man die in het bos zou gaan zitten had me iets gegeven. Hij had me uit mijn zelfgemaakte kooi verlost, een deurtje was open gegaan. Ik kreeg het zicht op mezelf dat ik mezelf vrijwillig kooi. Mijn eigen houding was de kooi waarin ik was opgesloten. Mijn eigen negatieve gedachten.

Ik had inmiddels een fijn plekje gevonden waar ik prettig kon werken. Dat plekje werd meer en meer mijn houthakkersplekje. Ik begon me in het hout te verdiepen en de structuur van de boom boeide me meer en meer. Hoe de boom zijn spanning en kracht opbouwt om dat grote gewicht staande te houden, Hoe de stam de takken draagt, de structuur van het hout, de nerven, de prachtige kleurschakeringen van het hout, en wat er allemaal leeft in de boom, mieren, boktor, wormen en zelfs kwam ik een klein soort vlindertje tegen.  Zomaar, midden in de stam.  Ik was oprecht verwonderd. Het houthakken was voor mij een ontdekkingstocht geworden.

 Mijn behendigheid om met het hout om te gaan groeide met het uur. Mijn trots groeide in gelijke mate. Ik kreeg het gevoel dat ik sterker en sterker werd. Ik voelde mijn lijf en werd er trots op. Mijn hakken groeide uit tot communicatie met mijn omgeving. De klappen die ik met de voorhamer op de wig gaf, weergalmden tegen de bergwanden. Ik werd met trots vervuld als ik een goed geplaatste klap gaf. Steeds beter wist ik rake klappen uit te delen. Ik ging horen hoe de wig zijn werk deed, ik ging voelen waar de hamer naar toe moest, ik ging begrijpen wat er met het hout gebeurde. Ik communiceerde met mijn omgeving. Ik was in contact. Op dat moment kreeg ik vleugels. Mijn wig werd een trom, mijn hamer een trommelstok. Ik wilde dat alle mensen op de bergen en in het dal mij hoorden. als vanzelf steeg er een oerkreet in me op IK BESTA......., Boemmm, IK BESTA......, Boemmm.

 Achteraf bleken alle mensen in het veld mijn trom gehoord te hebben. Ik voelde me daar ontzettend goed bij. Eindelijk had ik laten horen wat ik in huis had en zij hadden het ook gehoord. Trots ben ik op een cadeau wat deze mensen mij gegeven hebben, een kettinkje met de Venus van Willendorf. Ik draag deze als een medaille.

Één stam heb ik niet klein kunnen krijgen.  Één onderdeel van de boom was sterker en slimmer dan mij. Ik kon er wat stukjes afslaan maar de essentie bleef intact. Al vanaf het begin, toen de boom nog een twijgje was, 150 jaar geleden, zijn boom en tak met elkaar opgegroeid en in elkaar vergroeit. Zij waren volstrekt één met elkaar geworden. In vereende samenwerking lieten boom en tak elkaar niet los. Wat ik ook probeerde.

Ik heb veel respect voor deze prachtige stronk gekregen. Aan het eind heb ik hem een ereplaatsje gegeven, op een sokkel heb ik hem gezet, op het hakblok. Als eerbetoon van mij. Ik heb een diepe buiging voor hem gemaakt, voor zoveel kracht. Voor mij symbool van levenskracht. Maar helaas.... Ik heb de stam geen dienst bewezen. Zo gaat het als je op een sokkel staat. Velen zijn van hun sokkel getrokken. Zo is het ook met de stam vergaan.

Tijdens mijn afwezigheid is hij van zijn sokkel getrokken. Hij is gevallen door de motorzaag. Juist, die motorzaag, waarvan ik me in het begin afvroeg waarom hij niet de hele klus voor zijn rekening zou nemen. Nu zie ik dat veel geweld alles klein krijgt, en in een korte tijd. Wel vraag ik me nu af, of het doel de middelen heiligt? Een motorzaag gaat aan veel dingen voorbij en begrijpt niets van de ziel van een boom. Een motorzaag geeft zich nooit over, en weet dus niet te buigen voor een machtige stam. Ik moet ineens aan het tropisch regenwoud denken......

Amandelen Schillen en sorteren deed een heel ander beroep om me dan houthakken. Ik zit vaak gehaast in mijn vel en wil de taak waar ik aan werk graag afhebben. Voor mijn gevoel heb ik pas resultaat gehaald als het werk af is. Eigenlijk zit ik dus, tijdens het werk, te wachten op dat het werk af is. Dit maakt mij gehaast ongeduldig en geïrriteerd. Want aan amandelen schillen en sorteren lijkt geen eind te komen. Twee grote bakken amandelen stonden me aan te gapen. Ik heb heel wat gezucht en gesteund. Langzaam maar zeker ben ik mezelf gaan afvragen waarom het voor mezelf pas goed is, als iets af is? Waarom doet het werk zelf er niet toe? Waarom kan ik mezelf niet waarderen tijdens het werk? Dit heeft ertoe geleid dat ik langzaamaan mijn doel kon laten vallen. Het maakte me niet meer uit of het amandel schillen klaar zou komen of niet. Het werk zelf werd belangrijk.

Allereerst deed ik deze klus op een prachtige plaats met uitzicht op de bergen en een prachtige boom en als ik wilde in de zon of anders in de schaduw. Om me heen had ik dus een weldaad om van te genieten. Dat had ik tot dusver laten liggen. Terwijl amandel schillen een klusje is dat prima kan met rondkijken en schillen tegelijk. In rust aan de slag te zijn, en me te realiseren in welke omgeving ik zit, is heerlijk rustgevend voor me. Ik schrik dat ik het woord rustgevend intik. In het begin voelde ik me juist zo opgejaagd door deze klus.

De bevrijdende gedachte die ik eraan overgehouden heb is dat er eigenlijk niets afkomt in deze wereld en dat het ook helemaal niet gaat. De wereld verandert immers steeds. Hoe prettig, dat niets afhoeft.  Wat ik wel belangrijk vindt is dat de dingen wel aandacht nodig hebben om te ontwikkelen en te groeien. Het geven van aandacht, zonder het met de wil een richting in te dwingen geeft mij veel meer voldoening dan iets af willen hebben en te gaan voor mijn doel.  Ik geloof dat amandelschillen me flexibiliteit geleerd heeft.

Een ander onderdeel van het werkleer programma is het bestuderen van het boek, De Nieuwe Aarde van Eckhart Tolle. Via de mail was mij gevraagd het boek van tevoren te lezen. Al vlug bleek dat De Nieuwe Aarde zich niet laat lezen als een roman maar dat het boek erom vraagt bestudeerd te worden. Het bestuderen van een boek doe ik over het algemeen rusteloos. Ik heb het boek uitgelezen omdat ik het beloofd had maar het ging niet van harte. Ik kan er slecht mee omgaan als ik voel dat er zaken in een boek staan die ik niet begrijp. Met leren raak ik vlug in gevecht. Ik voel me dan al vlug verdrietig worden en probeer dat te vermijden door niet meer te lezen of als het moet lezen uit te stellen. Ik wil me niet dom voelen.

Ik begrijp nu dat ik me van zoveel dingen onbewust ben en dat ik me ook niet zomaar bewust kan zijn. Mezelf dom te verklaren voor alle zaken waar ik me onbewust van ben en waar ik van aanvoel dat ze er wel zijn, is een liefdeloze daad van mezelf naar mezelf toe. Is een zonde dus. Het bederft het plezier van het ontdekken. Dat plezier dat ik waarschijnlijk nog had toen ik een baby was en voor het eerst de wereld in keek.

 Op de eerste dag vroeg Anne me wat ik van het boek vond. Oeps... Net als de vraag "Hoe gaat het met Je", vind ik dat een confronterende vraag. Ik weet niet hoe het met me gaat en ik weet ook niet wat ik van een boek vind. Ik had het boek helemaal uitgelezen en dat was voor mijn doen al heel veel. Een hoop heb ik ervan gelezen zonder het te begrijpen en het sprak me ergens wel aan maar ik wist niet waar. We zijn toen interviews van Oprah Winfrey met Eckhart Tolle gaan zien op televisie en daarmee kwam het gedachtegoed van Eckhart Tolle wel wat dichterbij.

 Zo vind ik het prettig dat ik niet de enige ben die zo met zijn bewustzijn worstelt. Dat ik niet de enige ben die niet open en ontvankelijk staat tegenover nieuwe ervaringen en me er zelfs tegen probeer te beschermen. Ik ben bang om geraakt te worden en misschien ben ik zelfs bang om aangeraakt te worden. Ik ben bang om werkelijk contact aan te gaan. Maar ook daar ben ik gelukkig niet de enige in. Ik verzet me tegen het contact wat deze wereld me te bieden heeft en voel me daar eenzaam bij. Dat is mijn pijnlichaam. Als een bal in mijn buik trekt mijn pijnlichaam me terug uit contact. Bang als die is, voor een nieuwe pijnlijke ervaring.

 Daar staat tegenover de immense mogelijkheden aan contact die de wereld me te bieden heeft. Overigens is het verstand een slechte raadgever als het gaat om een verbinding te maken tussen mezelf en de wereld. Het verstand is een heel handig logisch machientje wat makkelijk logische problemen kan oplossen maar voelen kan het niet. Ik heb iets nieuws in mezelf ontdekt, mijn ziel. Mijn ziel is tot veel meer in staat dan mijn verstand en is juist wel in staat om verbindingen te maken. Jammer dat mijn ziel zich zo makkelijk laat domineren door mijn verstand en daaraan gekoppeld mijn pijnlichaam. Als die twee de boventoon voeren dan voel ik mijn ziel niet meer en weet ik het niet meer. Nu ik mijn ziel eenmaal ontdekt heb, wil ik meer tijd en aandacht besteden om de aanwezigheid van mijn ziel te versterken.

Op Sacarest heb ik me niet eenzaam gevoeld. Ik was dichter bij mijn ziel dan ooit. Ook toen ik een week alleen in retraite was heb ik me  niet eenzaam gevoeld. Ik heb ontdekt dat de bergen, de bomen en de planten en de dieren ook een ziel hebben en met hen was ik omgeven. Als je denkt dat ik "vreemd" geworden ben, vind ik dat niet erg. Het zijn ook geen alledaagse uitspraken.

Eckhart Tolle zegt dat ik mijn ziel alleen kan vinden in het nu. Ik heb die ervaring ook. Mijn ziel werkt niet als ik denk aan wat gebeurd is of wat nog moet komen. Het verstand denkt, dat kan de ziel weer niet. Het denken schiet heen en weer tussen toekomst en verleden en kan zich weer niet met het heden bezighouden. De ziel beleefd en het verstand denkt en is eigenlijk de verwerker van de ziel. De ziel maakt dus van het leven werkelijk een avontuur. Als de ziel werkt is het leven kleurrijk. Jammer dat het denken zo dominant is in mijn leven. Wat kan ik eraan doen om mijn ziel meer ruimte te geven?

Hoe kan ik mijn ziel meer ruimte geven? Of hoe kan ik mezelf ertoe brengen meer met het heden of het nu bezig te zijn en het denken over verleden en toekomst maar even te laten?

Dolf stuurde me voor deze vraag naar een nabij gelegen Boeddhistisch klooster waar een wijze monnik leeft. Met hem heb ik over het Boeddhisme gehad en over mediteren en ik heb hem gevraagd waarmee deze wijsheden mij konden helpen. De wijsheid die ik van hem heb meegekregen en die mij mijn hele Sacarest tijd als een toetssteen  is bijgebleven is de volgende:

 "Als mensen doen we ervaringen op in het leven en veel ervaringen lijken min of meer op elkaar. Nu hebben wij verstand in ons hoofd die de wereld erg graag wil begrijpen. Als een echte administrateur gaat het verstand ervaringen nummeren en rubriceren en in laatjes opbergen. Vervolgens gaat het laatje dicht en wordt er een sticker opgeplakt met wat er in het laatje zit. Als we weer een soortgelijke ervaring opdoen, herkent het verstand deze razendsnel en weet onmiddellijk in welk laatje deze thuishoort. Nog voor de ziel er aan te pas gekomen is heeft dat dominante verstand mijn ervaring al weer gerubriceerd en weggeborgen".

Nu mediteren, is de ziel behulpzaam om haar de gelegenheid te geven mijn ervaring te beleven en deze als uniek te onderscheiden. Met mediteren kan ik mijn ervaringen dus beter beleven en weer uniek maken.

 Na de groep mensen die in de natuur gingen zitten kwam er een andere groep mensen. Met hen heb ik de ervaring opgedaan van het mediteren. Voor het eerst heb ik met hen in een groep gemediteerd. Deze mensen hebben al jaren een relatie met Sacarest en haar voorganger El-Bloque. Veel van hen kwam al jaren en voelde zich op bekend terrein. Met hen deed ik mijn eerste bewuste ervaring op met de laatjesgeest.

Met de meditatiemensen werd het me gewaar dat ik was ingetreden in de geschiedenis van El-Bloque en Sacarest. Ik zat bij hen in het laatje werkleerders. Ik was er zo eentje. Een van de vele in de lijn.  Dat was voor mij een onthutsende ervaring. Waartegen ik aanvankelijk protesteerde. Ik werd niet meer gezien als Paul maar als een werkleerder en over die mensen was een conclusie getrokken, zij waren genummerd en gerubriceerd. Ik merkte dat ik me morrend in dat laatje liet frommelen. Ik voelde me uniek en wilde dat graag zo houden.

Voor het eerst ben ik na gaan denken over wat er voor mij in het leerwerkprogramma is gebeurd en wat erna komt. Het verstand nam het weer even over van de ziel. "Natuurlijk, er waren ook voorgangers geweest. Ik sta in een lijn. Ik ben onderdeel van een traditie".

Tot dan toe was ik alleen met mijn eigen unieke leven bezig geweest.  En de ervaringen die ik opdeed waren zo rijk, dat het me kwetste die op een hoop geveegd te zien worden. Voor het eerst werd ik me echt bewust wat een laatjesgeest met mijn ziel doet.

Ik ben dankbaar voor deze ervaring, want hij overkomt me honderd keer per dag. Op tal van terreinen ben ik gerubriceerd en weggeborgen in een laatje. Maar tegelijk kan ik nu beseffen dat dit niet de terreinen zijn waarvoor ik leef. Om met Dolf te spreken "Hoe meer je weet, hoe minder je ziet". Op deze terreinen van het leven "weet" men het vaak zeker.

Door de meditatiemensen werd ik me meer bewust van mijn voorgangers mijn werkleer collega's. Mijn wegbereiders. Dank zij hen heeft het werkleer programma zich ontwikkeld zoals het nu is. Hierdoor heb ik er de waardevolle vruchten van kunnen plukken.

Eerst liet ik me door de meditatiemensen morrend in het werkleer laatje frommelen. Nu ben ik blij en trots, er één te zijn in deze traditie.

Van de meditatiemensen heb ik begrepen dat ik meer geluk heb in het leven dan andere werkleerders. Dat stelt mij in de gelegenheid iets voor mijn collega's te doen. Dankbaar ben ik Dolf voor zijn bereidheid om met mij het Dana gesprek over te doen. Dana werd zo voor mij een dialoog. Een zoektocht waarin Dolf geduldig meeging. Ik ben hem dankbaar voor deze unieke ervaring. Ik heb zo niet betaald, geen schuld afgelost maar ik heb gezocht naar een wijze om bij te dragen aan Sacarest, die goed voor me voelt. Zodoende ben ik in de gelegenheid geweest om de wens, om iets terug te doen voor mijn collega leerwerkers, te verwezenlijken.

Één deel van mijn schenking zie ik graag gebruikt voor collega's die minder fortuinlijk zijn dan ik.

 Als afsluiting van mijn verhaal geef ik graag Dolf het laatste woord met de woorden die hij graag sprak als hij ergens van onder de indruk was. "Dat is KOSTBAAR".


 Paul Blom