Terug naar Sacares Homepage  

De levens geschiedenis van Dolf in´t Veld       deel 1

 

 

 

Inleiding

Vele jaren geleden overleed mn vader. Heel graag had ik nog eens een goed gesprek met hem gehad om er bijvoorbeeld achter te komen hoe het voor hem was om oud te worden, aangezien ik zelf dat nu ook meemaak. Boeiend genoeg ga ik me pas verdiepen in oud worden als ik er zelf in terecht kom. Helaas is praten met mn ouders nu niet meer mogelijk. Daarmee is een heleboel kostbare geschiedenis voor mij verloren gegaan. Dit geld natuurlijk ook voor mn moeder hoewel die veel later overleden is. Een voorbeeld is dat ik door bij familie opstellingen te leren dat ook ongeboren kinderen maar die in de zwangerschap overleden zijn, toch broers of zussen van me zijn met alle gevolgen van dien. Helaas kan ik niet meer navragen aan mn moeder, ooms of tantes of ik een ongeboren broer of zus heb. Doch helaas zijn ze er niet meer, terwijl ik mn leven begon met 2 ouders en wel 35 ooms en tantes een indrukwekkend aantal doch helaas allemaal overleden…  Met dit besef realiseer ik me dat ik vroeger, toen ze allemaal nog leefden ze wel had kunnen bevragen maar was toen meer bezig om de wereld buiten me te onderzoeken in plaats van mijn binnenkant en voorouders te ontdekken.

Daarom nu de mogelijkheid om mn dochters hiervoor te behoeden en hier mijn belevenissen, ervaringen en ontdekkingen neer te schrijven opdat als ik er niet meer zou zijn toch het een en ander te kunnen herlezen. Waarom dan op internet openbaar maken? Het wordt me steeds meer duidelijk dat ik in mn leven ongebruikelijke dingen heb gedaan en ondernomen en kom soms mensen tegen die zich daarvoor interesseren. Ook voor hen schrijf ik mn belevenissen hier neer.    

 

Het was 2 jaar nadat de oorlog beëindigd was dat ik thuis in Overschie geboren werd.

M´n oudere broer was al geboren doch dat was net voor het einde van de oorlog.

Iedereen had de oorlog mee gemaakt in een stad die plat was gebombardeerd door de duitsers en dat geweld, bedreiging en bezetting zat in ieders geheugen gebrand of je wilde of niet. Er was veel geleden en de meesten hadden diepe trauma’s opgelopen. Vijf lange jaren van onderdrukking waren geweest en dat was de bakermat van m´n komst op aarde. Door de huidige beelden van de oorlogen in Oekraïne en Gaza dringt het nu pas echt tot me door wat dat geweest moet zijn....

De eerste tijd van mn leven bracht ik door bij mijn tante Aatje omdat mn moeder een diepe postnatale depressie had.

Een paar jaar na mn geboorte kwam tegen over ons aan de overkant van de Rotterdamse rijweg, een zus van mn vader, die net gescheiden was, er wonen met 5 dochters. Dat waren leuke speel kameraadjes.

M`n moeders familie waren Overschiejenaars mijn vader was geboren in Delfshaven..

We woonden in een huis met 2 woningen onder een kap. Naast ons woonde de fam Oving ook met dochters waarvan er een mijn leeftijd had en heette Bloemie. Met haar speelde ik ook van jongs af aan regelmatig in onze zandbak en op de schommel.

We hadden een dienstmeisje, Mieta in huis die voor ons kinderen zorgde en was er voor dag en nacht zoals dat heette. Mieta was de lieve zorgzaamheid zelve en als ze me in bad stopte hadden we het grootste plezier en soms gingen we samen in bad en deze zorg en liefde waren essentieel voor m’n wel bevinden.

M`n broer kon slecht wennen om geen enig kind meer te zijn en hij nam mij dat min of meer kwalijk. Dat zou m’n leven een lastige wending geven omdat hij me vaak en ongezien voor mn ouders, graag ongezouten pestte.

In m´n opvoeding kwam nogal eens de uitspraak, Je Moet Je Schamen!! Als ik wat deed wat ik leuk vond maar kennelijk niet door de beugel kon. Dat me, ``moeten schamen`` bracht een soort van splijting in me teweeg. Aan de ene kant deed ik wat ik leuk vond en aan de andere kant werd ik er op afgewezen en moest me schamen want het was niet netjes, ik moest me gedragen, wat dat dan ook moge zijn, wist ik veel …bevestiging ontbrak meestal

Op een gegeven moment kwam de leeftijd dat ik naar school moest, in èèn woord was dat vreselijk. Einde vrijheid en begin van een zeer traumatische periode.

Op school willen ze me naast rekenen, aardrijkskunde en dergelijke ook lezen en schrijven leren en daar ging het mis. In die tijd wist men nog niet van het bestaan van dislektie en mijn lees en schrijf talent was nagenoeg afwezig. De meester van de klas dacht dat ik recalcitrant was en dacht me met geweld tot de orde te brengen en aan het lezen en schrijven te krijgen.

Ze hebben me toen op school vele keren geslagen en mishandeld, dat was heftig want ik kreeg op mn donder voor iets waarvan ik echt niet wist wat ik fout deed ...Soms werd ik als straf in de gang in mn jas aan de kapstok gehangen met  mn jas dicht en kon hem zelf niet open doen … doch alles was beter dan geslagen worden.

Toen het te dol werd en ik nogal eens huilend thuis kwam verhuisden mn ouders naar Hillegersberg en kwam ik op een andere school. Dat was zelfde laken een pak want we zaten in een klas lokaal waar de ramen zo hoog waren dat je vooral niet naar buiten kon kijken. De schoolbanken waren hard en van hout met een deksel als lessenaar en juffrouw Kiefhorst was erg streng. Soms sleurde ze me aan mn wang uit de schoolbank dat de tranen me in de ogen sprongen. Zo ging geleidelijk m`n oorsprong verloren en begon ik een bedreigende wereld te ervaren met alle kwalijke gevolgen voor de rest van mn leven.

De eerste tijd van mn leven bij een tante, toen onwelkom door mn broer en later geslagen op school, dat is een lastige start die mn kijk op de wereld heeft gekleurd.

Gelukkig waren er ook min of meer feestelijke momenten en één ervan was  dat mn oom Henk zondag s`morgens me kwam halen om in Vlaardingen te gaan zwemmen in het overdekte sportfondsen bad samen met mn twee nichtjes Nancy en Ronny die een paar jaar jonger waren als ik. Na het zwemmen nam hij me mee naar hun huis ook aan de Ringdijk om gezamenlijk te ontbijten en dan maakte hij z´n specialiteit en dat was schuim omelet, heerlijk. Wat me ook goed deed was muziek maken op mn accordeon al was het best lastig om er iets moois uit te krijgen dus oefenen en nog eens oefenen.

Mijn vader kwam uit een gezin met 13 kinderen, 4 meisjes en 9 jongens. Zijn ouders waren streng en er werd vaak straf gegeven door pa die de jongens sloeg met zn broekriem. Op een dag toen mn vader zo´n 17 jaar was geworden en al op de zeevaartschool zat, wilde z´n vader hem weer afranselen maar toen gebeurde er wat anders. Mijn vader zei, Als je me nog een keer aanraakt, breek ik je armen en benen en ik heb me heilig voorgenomen om nooit te worden zoals jij!!  Mijn grootvader droop af en wist dat de rollen nu omgedraaid waren.  Waar ik diep respect voor heb is dat mn vader nooit boos op mij is geworden en heb hem nooit boos gezien ...  daar maak ik als nog een diepe buiging voor hem.

Mijn grootvader in´t Veld heb ik nauwelijks meegemaakt en overleed toen ik 8 was. Op het laatst was hij zover heen dat mn grootmoeder hem de krant moest voorlezen en een half uur daarna vroeg hij haar wanneer lees je me de krant voor. Dan begon ze van voor af aan de krant weer voor te lezen.

De broer van mn moeder, oom Rien woonde een eindje verder en op woensdag middag mochten we daar televisie kijken want die oom was een van de eerste in het dorp met een tv.

Mijn moeder kwam uit een gezin met 6 kinderen waarvan 2 zussen en 4 broers. Een sneuvelde in de oorlog en ik werd naar hem vernoemd, Dolf

Mn oom Henk, de jongste broer van mn moeder waar ik de eerste tijd van mn leven doorbracht en de zorg kreeg van zn vrouw, mijn tante Aadje. Henk was in de oorlog bij de ondergrondse in het verzet tegen de duitsers en liep de kans opgepakt te worden. Daarom verstopte hij zich soms bij mn ouders in de kelder als de duitsers hem kwamen zoeken vandaar de naam, ondergrondse.

Rotterdam, waar overschie onder viel, was in het begin van de oorlog geheel plat gebombardeerd door de duitsers. Dit was voor mn grootvader van moeders kant onverdraaglijk want hij hield van zn stad en overleed aan deze ellende voor het einde van de oorlog.

M´n grootvader de Kroes was een boeren zoon en nam de boerderij over en runde die succesvol tot de gemeente Rotterdam zn boerderij min of meer onteigende. De boerderij heette Zestien hoven. Vandaar de naam tot voor kort van het huidige Rotterdamse vliegveld. Zijn naam was, de Kroes omdat zijn grootvader een jeneverstokerij had en dronk z´n jenever uit een Kroes.

Een leuke toevalligheid is dat ik nu de enige in de familie ben die weer land bezit net als mn grootvader en wel zo`n 300 hectare wat ongeveer overeenkomt met 16 hoven wat een oude oppervlaktemaat is.

Mn grootvader was een kleurrijk figuur die vaak op de Rotterdamse veemarkt was om een paar van zn koeien te verkopen en stond er bekend als Pa kroes.

Met het geld wat hij kreeg voor z´n 16 hoven grondstuk startte hij een soepgroente fabriek met een tuinderij waar de groente vandaan kwam en was hij een van de eerste die bouillonblokjes maakte. Zijn zonen namen het over en bouwde de fabriek om want die zagen geen heil meer in bouillonblokjes en starten een destructie bedrijf de Gekro. De naam Gekro kwam van de gebroeders de Kroes of wel Ge-Kro. Omdat de twee oudste broers nogal verschillend waren, de een serieus en zakelijk maar de ander artistiek en flamboyant. Dus dat botste regelmatig en om de vrede te bewaren tussen die twee werd mn moeder tussen de twee broers gestuurd en mocht het werk op kantoor doen. Haar eigen wens was om te gaan studeren maar dat werd niet gehonoreerd. Een destructie bedrijf was een bedrijf dat kadavers ophaalt en verwerkt tot o.a. veevoer..

Mn grootvader in´t Veld had in Rotterdam een sleepdienst met stoomsleepboten die motor loze vrachtschepen ofwel trekschuiten die normaal met een vaarboom of touw door de schie met man kracht van den haag naar rotterdam geduwd of getrokken werden. M`n grootvader versnelde dit transport met zn sleepboten. Hierboven zie je de Vlaardingen wat z´n parade paartje was en ook als ijsbreker fungeerde. Van beide kanten waren mn grootvaders dus ondernemers. Geen wonder dat ik gelukkig nagenoeg nooit voor een baas hoefde te werken, maar dat komt later weer aan de orde. Mijn moeder vertelde me dat de eerste zin die ik kon spreken was, Zelf Doen. Ze had me van de trap willen dragen want dat durfde ik toen nog niet en dus zat ik die dag boven aan de trap...

Om weer de draad op te pakken van onze verhuizing van overschie naar hillegersberg.

M´n vader had daar aan de Ringdijk  een hectare grond gekocht  aan de bergseplas en liet daar een bouwvallig huis opknappen en verbouwen zodat we er konden wonen met ons gezin. In ons oude huis had mn broer een grote kamer en ik kreeg wat over was een piep klein kamertje ernaast. Gelukkig in ons nieuwe huis waren onze slaap kamers van mn broer en mij gelukkig even groot en kon ik hopelijk ook echt meedoen maar het pesten van mn broer werd steeds erger en geraffineerder tot hij op z`n 16de gelukkig het huis uit ging om in delft te gaan studeren, opgeruimd staat netjes, zeggen we dan. Vaak heb ik wel eens gedacht hoe mn leven gelopen was, als ik een liefdevolle oudere zus had gehad... Er zijn stromingen die ervan uitgaan dat je het gezin kiest waar je in geboren word. Zinvol is deze gedachte om ervoor te zorgen dat je geen slachtoffer rol aanneemt. Je zou een moeilijk situatie kunnen benutten om er sterker van te worden net als met bijvoorbeeld sport prestaties ...

Op de bergse plassen was het eindeloos spelen met mn kano die ik voor mn verjaardag had gekregen . Trots peddelde ik door alle sloten en kleinere plassen naar de voorplas de grootste, waar een eiland was waar je gelukkig alleen met een bootje kon komen waardoor er meestal niemand was en ik er heerlijk mn eigen wereld kon beleven.

Doordat ik met lezen en schrijven on-aardig achter was geraakt werd ik naar een logopedist gestuurd. Deze man had kennis van dislektie en bracht me het gevoel voor letters bij. Hij had alle letters van het alfabet uitgezaagd uit triplex en liet me de letters voelen en vasthouden.

Dislektie houd bij mij in dat ik denk in beelden in plaats van zinnen en woorden. Ik ben meer een gevoels mens en iets moet goed voelen voor mij. Analytsch is daardoor lastiger voor me.

Dit schrijven op een computer die mn spelling controleert is een geschenk van de hemel voor me. Dankzij de computer kon mn belangstelling voor schrijven en dit verhaal ontstaan.

Terug naar mn schooltijd. Met moeite kwam ik door de lagere school maar wat erna. Een middelbare school kon ik wel vergeten, maar wat dan? Het werd een LTS ofwel lagere technische school in Voorburg daar was er een, volgens m´n ouders waar ik tot mn recht zou komen. Aangezien mn IQ boven gemiddeld was zat ik me op die LTS me meestal te vervelen behalve de praktijk lessen waar een aardige leraar was waar ik mee kon opschieten.

Om mn talen toch onder de knie te krijgen werd ik in Engeland naar een kostschool gestuurd.

Dus zo gezegd zo gedaan en woonde ik toen een jaar in een stif upperlip boardingschool. Was wel even wennen maar het in praktijk leren was veel beter dan uit een boekje.

Voelde me daar on-behoorlijk buitenstaander ondanks dat er meer buitenlanders waren doch aansluiting was lastig vooral ook door die bedreigende wereld die ik met me meesleepte.

Na wat engels geleerd te hebben was duits aan de beurt. Zo vonden mn ouders een adres voor me in Aken bij een  realschule director waar ik in huis kon wonen en duitse les kreeg door het te spreken. Ik was er ook in de kost dus aan tafel werd duits gesproken wat ik nog niet sprak.

Gelukkig ging dat halve jaar weer voorbij maar helaas was toen een half jaar veeeel langer dan heden daags omdat het toen onprettig was en nu voel ik me in mn element maar dat komt later in mn verhaal of misschien wel wordt het een boek, wie weet...

Overigens heb ik mezelf over mn schrijf angst heen weten te zetten anders kon dit epistel niet ontstaan. Weer moet ik een diepe buiging maken voor de computer die me altijd steunt om het geschreven te krijgen. Als ik maar ergens in de buurt kom met mn spelling, corrigeert de machine mn tekst en ben ik soms nog steeds verbaast wat hij of zij ervan maakt.

Na mijn voorgaande school avonturen, wat voor het over grote deel afzien was, ontstond het plan om naar het IVA te gaan in Driebergen. Een 2 jarige opleiding om een eigen bedrijf op te zetten wat voor de meesten leerlingen een autobedrijf was.

De eerste weken woonde ik bij mn tante Ied met de 5 dochters die inmiddels in Zeist was gaan wonen.

Daarna ging ik in Driebergen op kamers boven de plaatselijke fietsenmaker die nog wat wilde bijverdienen met kamer verhuur aan IVA studenten. Het toeval deed zich voor dat de fietsenmaker 2 kamers verhuurde zodat ik een buurman had die ook op het IVA zat. Met deze bijna leeftijdgenoot kon ik goed opschieten want op de meeste scholen waar ik tot nu toe gezeten had was ik in een zo`n ander milieu als waar ik zelf uit kwam dat ik meestal een buitenbeentje was.

Mn buurman, die Stijn heette was een zoon van een ziekenhuis geneesheer-directeur en al z´n broers studeerden maar ook Stijn had z´n leer hindernissen en kwam zodoende net als ik ook op het IVA terecht. Soms gingen we in het weekend bij elkaars ouders op bezoek. Het bezoek aan Stijn zn familie zal me altijd bijblijven want het was een ervaring uit een boek. Het was zondag en er werd gezamenlijk de warme middagmaaltijd gebruikt. Een knots van een villa met mooi gemaaid gazon, waar de familie Lohman woonde op het terrein van het ziekenhuis in de directie woning. Een grote witte eetkamer met een eettafel voor wel 20 man waar dienstbodes je stoel aanschoven als je ging zitten. Ik was wel wat gewend maar dit was nog een graadje chiquer . Vader zat natuurlijk aan het hoofd van de grote tafel met alle kinderen er omheen. Wel 8 broers en zussen. De dienstbodes bleven achteraf staan wachten tot er weer wat binnengebracht moest worden uit de keuken waar de koks het hadden berijd.  

We woonden op kamers boven de fietsenmaker maar hadden behoefte aan wat meer ruimte zoals we dat thuis gewend waren dus gingen we op zoek. Tussen driebergen en zeist ging je halverwege over de spoorweg en net daarnaast stond een grote villa die het Prinsenhof heette en we konden met wat geluk er de helft van het huis voor een schappelijke prijs huren. Naast ons woonde in een prachtig landhuis met oprijlaan, Baron Carel Godin de Beauffort dus je kan wel zeggen dat we op stand woonden. Carel hield van de motor sport en ging regelmatig met z´n sportwagen op het circuit van Zandfort racen. Toen allemaal erg belangrijk we waren net 17  en stijn 19 jaar en we konden met Carel goed opschieten

Als je op de autoschool zat zoals het IVA ook genoemd werd, gaat je aandacht vanzelf uit naar auto's zeker als je nog jong bent. In den haag had ik gehoord dat je bij de domeinen op een veiling kon inschrijven op afgedankte auto's van de overheid. Dus ging ik naar denhaag om er eens te kijken. Er stonden allerlei dienstauto´s van groot tot klein. Het ministerie van landbouw liet z´n mensen in citroen deux-chevaux rijden en die waren onder studenten toen erg gelieft. Er stonden op de veiling zo´n 15 deux-chevaux´s dus dacht ik als ik er nu op een aantal heel laag inschrijf heb ik er misschien wel een. Tot mijn grote verbazing had ik ze allemaal en het waren er wel 8 stuks. Mijn vader had mn verhalen aangehoord en schoot de betaling me voor want die zag wel dat ik aan deze transactie genoeg over moest houden.

Dus zo haalde ik met stijn steeds 2 auto´s op om bij mn vader in de tuin te parkeren om met de trein weer naar den haag te gaan voor de volgende. Ik heb ze allemaal op een na verkocht en hield er een mooi bedragje aan over en zo begon mn eigen geld, wat voor mij vrijheid betekende. Dus op het Prinsenhof woonde 2 jonge prinsen met hun trotse auto´s voor de deur geparkeerd. Na school gingen we vaak in Zeist bij café Marijke een drankje halen en kijken of er vrouwelijk schoon was die we konden vergezellen.

Met dat ik dit nu zit te schrijven ga ik zowat om de dag naar het ziekenhuis hier in de buurt waar mn oude vriend Stijn ligt. Hij is opgegeven door de artsen zoals dat heet en heeft niet lang meer te leven. Samen halen we oude herinneringen op waarvan ik er enkelen hier boven beschreef. Toen waren we bijna 20 en nu zijn we bijna 80. Het is een reis door de tijd voor me om schrijvende zo´n 60 jaar terug te gaan. Versteld sta ik hoe alles nog in mn geheugen leeft en bijzonder om het hier op te kunnen schrijven. Als de tijd ons inhaalt zoals hier bij Stijn want wat hij vroeger deed haalt hem nu in. Door vele jaren roken heeft hij nu kanker opgelopen en helaas het niet overleefd. In augustus was er geen hoop meer en heeft hij thuis op z´n Landje zijn laatste adem uitgeblazen. Weer ging een oude makker van me heen.

Om weer terug te gaan waar we gebleven waren komt er een familie verhaal bij me boven drijven wat werkelijk gebeurt is en het vermelden zeker waard is...

Mijn grootmoeder was door haar zoon die huisarts was, in Schiedam in het vlak bij hem gelegen bejaardenhuis ondergebracht en af toe ging hij een kopje thee bij haar drinken. Ook ik ging haar daar wel eens bezoeken maar het overgrote deel van de dag zat ze daar tussen de geraniums naar buiten te kijken. Haar jongste zoon woonde in Schiebroek wat aan de andere kant van de stad is maar dicht bij de Ringdijk waar mn ouders woonden.

M´n Omaatje in´t Veld was klein van stuk maar heeft toch 13 kinderen gebaard en streng opgevoed. De kast achter haar staat nu in m´n huisje in Sacarest en betekend veel voor me want hij zit vol met herinneringen. Nu is het de kunst die herinneringen boeiend genoeg met je te delen zoals dit verhaal over haar.

Deze jongste zoon vond het maar niks dat z´n moeder daar zat te verkommeren zoals hij dat noemde. Hij stelde voor aan de familie dat ze bij hem in huis kon komen, wat volgens mij een veel betere oplossing was, doch de familie raad met vooraan broer Gerrit de huisarts, wilde van het plan niks weten. Op een dag ging mn grootmoeder een paar daagjes bij haar jongste zoon logeren in Schiebroek. Ze keerde nooit meer terug naar het bejaardenhuis in Schiedam.

Nauw, daar hadden we de poppen stevig aan het dansen want daar wilde de dokter, die met deze actie lichtelijk in z´n hemd stond in het bejaardenhuis, helemaal niks van weten en was zelfs woedend op z´n jongste broer. Op deze manier viel de familie in´t veld in tweeën met helaas voor en tegenstanders. Mijn grootmoeder was bij haar jongste zoon de koningin te rijk want er werd echt voor haar gezorgd ook emotioneel.

M`n vader was erg blij met deze nieuwe situatie want nu kon hij haar zeg maar elke dag bezoeken wat hij ook deed. Hij reed dan op de fiets naar haar toe en de sport was om, precies om 12 uur als de klok in haar kamer 12 keer sloeg, de deurkruk van haar kamer naar beneden te doen en bij haar binnen te stappen. Helaas loste de splijting zich met de jaren niet op naar verscherpte.

Het werd zelfs zo erg dat toen mn lieve grootmoeder overleed en begraven werd in het familie graf de ene helft van de familie de andere niet wilden tegenkomen. Dus werd het oude mensje twee keer begraven!! Een keer met de ene helft en weer uit het graf gehesen naar de aula en weer ten grave gedragen met de andere familie helft.

Dit was voor mij zo iets ongelofelijks dat ik als enige uit de familie mn grootmoedertje twee keer heb mogen begraven.

Vertellens waard is ook dat mijn vader na de zeevaart school kapitein op de grote vaart was geworden en voer letterlijk de hele wereld rond. Vaak vertelde hij me van zijn avonturen.

Dat was voor mij steeds een bijzondere ervaring en zo kreeg ik ook zeemansbloed. Wat nog versterkt werd doordat mn vader een Zuiderzee botter kocht en waar we met het gezin mee op vakantie gingen. In het begin was de botter nog met open kuip en vooronder waar we sliepen. Toen er toch gemopperd werd door moeders omdat er comfort ontbrak besloot m’n vader er een kajuit op te laten zetten door een timmerman in Overschie waarvoor de botter enige tijd naast de kerk werd afgemeerd. Het resultaat was echt heel mooi geworden en trots voeren we daarna in weekenden en vakanties tussen de andere platbodem zeiljachten op de zeeuwse wateren.

Op een dag voeren we tegen de avond de jachthaven van Goes binnen om er de nacht door te brengen. Toen we de jachthaven in draaiden stootte ik, mijn vader die aan het roer stond aan en zei, daar ligt tie!! Wat hield dat in? Aan het eind in de haven lag een prachtig zeiljacht, een Noorse jol van 14 meter met 2 prachtige masten... Daar gingen we meteen naar kijken want het was hét droomschip ook voor m’n vader. Door bij de havenmeester na te vragen was de tweemaster meer als een jaar geleden er afgemeerd en sinds dien was er niemand meer voor gekomen. Of hij wist wie de eigenaar was, de havenmeester zocht het na en zei, een zekere Michel Conore, een fransman.

Die avond droomden we over dat schip en bespraken alle scenario's hoe we het schip konden bemachtigen. Door hier en daar op de haven te informeren hoorden we dat die Conore waarschijnlijk een OAS man was die met het schip naar Amerika wilde vluchten voor het geval hem de grond in Frankrijk te heet onder de voeten zou worden .De OAS was toen een verzets organisatie die wilde voorkomen dat Algerije onafhankelijk zou worden maar onderdeel van Frankrijk zou blijven. Het verhaal ging dat hij op het vliegveld van Orly bijna opgepakt zou worden en nog net in een vliegtuig naar Buenos Aires kon verdwijnen. We namen de verhalen mee en zeilden de volgende dag weer verder maar het prachtige zeilschip die de Santa Maria heette, liet ons niet meer los. LeenCees ging vaak met ons mee en was ook deze bijzondere reis weer mee en was een dierbare neef van me geworden. Rechts is LeenCees en ik zit naast hem en houd voor de foto even een glas bier in mn hand wat ik eigenlijk vies vond...

Na veel brainstormen en plannetjes maken had mn vader het te gekke idee om Conore in zuid Amerika op te laten sporen om hem te vragen ons het zeggenschap over de Santa Maria te geven want anders zou het schip openbaar verkocht worden om het liggeld te vorderen. Zo gezegd zo gedaan en gaf mn vader zn scheepsagent in Rio de Janeiro opdracht Conore te gaan zoeken. Tot onze verwondering kwam 2 maanden later een officiële brief uit Rio de Janeiro van Michel Conore dat hij mijn vader opdracht gaf het schip op te halen en er voor te zorgen tot hij het later zelf zou komen halen. Met de brief en geld om het liggeld te betalen ging mijn vader met een sleepboot van z´n broer Kees die het bedrijf van opa had overgenomen, naar Goes om de Santa op te halen. De haven meester stond perplex en voor hij zich kon bedenken werd er betaald en sleepte onze sleepboot de Santa de ooster schelde op om door ons verder verzorgd te worden. We zullen nooit weten of de scheeps agent werkelijk Conore gevonden had of een rijke fantasie had. De botter werd verkocht en we beschikten over het mooiste zeiljacht waar we maar van konden dromen. Met die prachtige Santa Maria gingen mijn vader en ik soms voor dag of wat, samen de Noordzee op en vertelde hij, terwijl hij achter het grote houten stuurwiel zat mij z´n mooiste zee verhalen.

Mijn vader was na zelf kapitein te zijn geweest toen ons gezin ontstond, Reder geworden en had een aantal vrachtschepen. Sommigen in eigendom anderen gecharterd. Een van de eigen schepen was de Spes die jaren lang van IJmuiden naar Polen voer om daar kalk op te halen en voer terug ook weer door het Kieler kanaal om de kalk af te leveren in IJmuiden bij de kalkzandsteen fabriek. Als ik in de vakantie soms zin had ging ik graag mee met de Spes om de oversteek naar Polen te maken en had altijd goed contact met kaptein van der Plas wat een fijn mens was.

Op een gegeven moment was het contract met de kalkzand steen fabriek afgelopen en verkocht mn vader het schip aan een Griekse Reder onder de voorwaarde dat wij het schip in Thessaloniki zouden komen afleveren.  Om de overtocht te bekostigen moest er eerst nog een lading van Rotterdam naar Ierland gebracht worden en ernaeen vracht naar Palermo op Sicilië, maar dat lag bijna op de route. Toen ik van het plan hoorde zei ik tegen mn vader dat ik wel als stuurman mee wilde om het schip weg te brengen. M´n vader vond dat een prima plan en zo gingen mn neef LeenCees als machinist, kaptein van der Plas en een vriend van LeenCees met de Spes op weg om via Ierland het schip naar Griekenland te brengen.

Om erna weer van Griekenland terug te kunnen komen nam ik mn eigen auto mee die op het laadruim aan dek stond.  

De reis naar Cork in Ierland verliep voorspoedig en terwijl het schip gelost en weer geladen werd liet ik mn auto op de wal zetten en verkenden we het binnenland wat erg indrukwekkend en mooi was.

Een paar dagen later na brandstof gebunkerd te hebben en proviand gooiden we de trossen los om de oversteek naar Gibraltar te maken. De zee was kalm en de het was bijzonder om LeenCees bezig te zien in de machinekamer om de prachtige motor hier en daar te smeren en te verzorgen om er voor te zorgen dat we Thessaloniki zouden halen. Zo´n grote machinekamer met een prachtige 12 cilinder grote diesel motor er in, die uur in uur uit rustig maar draait is fascinerend om te ruiken, zien en te horen stampen.

Na een aantal dagen voeren we door de Golf van Biskaje, waar je in de winter maar beter met een grote boog om heen kan varen. Maar het was zomer en de zee was kalm. Ter hoogte van Kaap Finistère en gelukkig een heel eind in zee, stopte in eens onze trouwe 12 cilinder motor. De stilte die toen over het schip kwam, na dagen lang het gestamp van de motor gehoord te hebben was weldadig. Alleen moesten we de machine wel weer aan de gang zien te krijgen. Zo lagen we een paar dagen te dobberen in de Golf van Biskaje om na veel sleutelen de machine weer aan de gang te krijgen. Het bleek dat het probleem was een verbrande inlaat klep en gelukkig was een reserve aan boord. Laatst kwam ik tussen wat spullen die bewuste inlaatklep weer tegen die best groot is en hij staat nu als aandenken en inspiratie bron hier naast mn computer op tafel ...

Een groot hoera ging op toen we het vertrouwde geluid van de motor weer uit de machine kamer hoorden en we droegen LeenCees een rondje over dek op onze schouders als dank betuiging voor deze reparatie. Zo konden we de volgende morgen in aller vroegte Gibraltar passeren om van uit de oceaan de Middellandse Zee binnen te varen. Dat was toch een gedenkwaardig moment om door de nauwe doorgang tussen Europa en Afrika door te varen en we stonden met z´n vieren op de brug en dronken er een glaasje op.

Zo voeren we de middellandse zee binnen met aan bakboord de rots van Gibraltar en aan stuurbord de Spaanse enclave Ceuta. Op de een of andere manier ontroerde me deze doorgang van de oceaan naar de Middellandse zee wat bijvoorbeeld ook Columbus een paar honderd jaar voor mij ook deed …

Zo maakten we in ruim 3 dagen de oversteek van Gibraltar naar Sicilië een afstand van zo´n kleine 1.000 mijl. Het leven aan boord had een vaste regelmaat zoals je turn achter het stuurwiel  want auto pilot was er niet. We hadden een koers uitgezet op de zeekaart en gemeten hoeveel graden dat was. Dan was de kunst die koers op het grote koperen kompas dat voor je stond, aan te houden. Als ik dan zo´n paar uur in het stuurhuis op de brug had staan sturen, kwam soms de kapitein naar boven om even te kijken of het goed ging en keek als hij de stuurhut binnen kwam bijna automatisch naar het kielzog van de Spes om te zien of je als roerganger wel had opgelet. Hij kon dat heel makkelijk zien want we lieten een heel lang schuimspoor achter ons. Als je had staan dromen was het spoor dat je achter liet alles behalve recht en hoe meer kronkels je schreef in de zee hoe meer nodeloos brandstof had je verbruikt.  

Als je dan zo dagen lang gevaren had met het trouwe gestamp van de motor op de achtergrond was het steeds iets opwindends als je weer land in zicht had voor je of naast je aan de horizon.

Terwijl ik uren had staan sturen kwam in gedachten soms mijn vader voorbij hoe hij als kapitein ook had staan sturen op de schepen die hij bevoer.

Toen we Sicilie aan de horizon voor ons hadden stuurden we op Palermo aan. We namen een mijl voor de haven de loods aan boord  om voor het vallen van de nacht aan te komen en in de haven af te meren. Het is dan ineens stil aan boord en ieder miste het vertrouwde geluid uit de machine kamer. De volgende morgen liet ik weer mn auto aan de wal zetten en gingen we op stap om op het eiland rond te kunnen rijden  Aangezien we al van verre de Etna hadden zien liggen gingen we op zoek naar de vulkaan. Het bezoek aan Sicilie was op zich al weer een avontuur maar ook hier net als in Cork vertrokken we een paar dagen later weer om op de griekse archipel aan te sturen.

Om van Sicilië naar Griekenland te komen was de kortste route door de straat van Messina. Een smalle doorgang tussen Italië en Sicilië. Het was mooi weer en van de brug had je een mooi uitzicht over de kust die langs gleed. Onze trouwe Spes gleed weer met zo´n 12 knopen door de gladde middellandse zee en langzaam zagen we de vulkaan de Etna verdwijnen achter de horizon. Het schip was nu voor het eerst leeg, zonder lading en om het schip toch stabiliteit te geven had de kapitein de ballasttanks van het schip gevuld met zeewater om zo wat diepgang te krijgen.

Een paar dagen later zagen we de eerste donkere contouren van de Griekse eilanden en riep de roerganger vanaf de brug naar beneden, Land in Zicht!!

We stonden met z´n vieren op de brug met verrekijkers te turen naar wat er voor ons opdoemde.

Altijd iets opwindends om weer op een kust aan te sturen en te gaan verkennen wat daar nou weer te doen is. Aangezien onze bestemming Thessaloniki was zouden we dat in korte tijd kunnen aanlopen maar we hadden nog tijd genoeg en op mijn voorstel zouden we een aantal eilanden aandoen en met mn auto de eilanden verkennen. De auto konden we makkelijk zelf lossen want we hadden kranen op dek staan en die werkten nog prima dus aangekomen op een van de eerste eilanden gingen we weer op onderzoek uit en reden luxe het eiland rond.

Op een gegeven moment nadat we zo´n stuk of wat eilanden bezocht en ontdekt hadden was het nieuwtje er af en besloten we door te varen naar onze eind bestemming waar we onze trouwe Spes zouden overdragen aan de nieuwe eigenaar, een griekse reder.

Thessaloniki was toen al een grote haven met diverse kaaien en we moesten contact maken met de griekse reder waar hij het schip wilde hebben. Een stuk voor de haven moesten we wachten tot de loods weer aan boord kwam om ons de weg te wijzen in de wirwar van deze ons onbekende haven.

Nadat we aangemeerd waren kwam de volgende ochtend de man aan boord die vertelde het schip van ons over te nemen. Was een melancholisch moment want het was een van de eerste schepen van mijn vader en ik had er zelf ook meerdere reizen mee gevaren en nu was de laatste keer om van boord te gaan. Het gaf me een weemoedig gevoel maar zo is het leven met steeds afscheid nemen.

We losten met onze eigen laadbomen m´n auto aan de wal en zochten een hotelletje om ons verdere plan te bespreken. Kaptein van der Plas ging direct terug naar Rotterdam. Het afscheid van hem was ontroerend voor me omdat hij vaak een vader rol voor me had ingenomen. Hoogst waarschijnlijk zouden onze wegen minder of niet meer kruisen ...

Het driemanschap dat overbleef had een ander plan want met je auto in Griekenland was weer een nieuwe kans die we met 3 x beide handen wilden aangrijpen. Al voor de reis begon had ik me in de nieuwe mogelijkheid verdiept en had via via ontdekt dat er een heel bijzonder klooster schiereiland was, wat Athos heette. Na wat navraag bleek dat je daar niet zomaar terecht kon maar ergens in de binnenstad van Thessaloniki in een kerkelijke instantie een visum moest halen. Gelukkig maar dat we dat ontdekt hadden want het was toch een hele dag rijden naar Athos en goed voorbereid gingen LeenCees, z´n vriend Karel en ik op weg naar het klooster schiereiland. We hadden vernomen dat er geen weg ging naar het schiereiland maar dat het bijna een eiland was geworden doordat de monniken geen indringers wilden en een muur hadden opgetrokken tussen hen en het vaste land. Er ging dus een klein houten veerbootje van het vaste land naar Daphni, de enige kleine haven die het schiereiland bezat.We stapten met onze spullen om het een poosje op het eiland uit te kunnen houden aan boord. De oversteek duurde wel een uur of 5 want het kleine bootje ging maar langzaam kennelijk hadden de monniken de tijd..   .

Athos is de naam van de hoogste berg en betekend, de tuin van de moeder Gods.Het schiereiland bestaat uit een brede bergrug met als hoogste top de  beg Athos (1935 m) Het is bekend door een sinds de 9de eeuw bestaande republiek van monniken, die in een twintigtal grote kloosters (vooral Griekse en Russische, o.a. het beroemde door de heilige Athanasius gestichte klooster Lavra), enige daarvan afhankelijke dorpen (Skiten) en in tal van kluizenaarswoningen leven. De gemeenschap wordt bestuurd door de Heilige Synode in de hoofdplaats Karyaes.



In het bestuur der kloosters onderscheidt men een monarchale en meer democratische regeringsvorm. Het leven in de kloosterstaat is gekenmerkt door grote matigheid en veelal strenge ascese.

Sinds het ca. 370 door Athanasius voor zijn klooster geschreven typicon geldt o.a., dat,,niets wat vrouwelijk is, de Heilige Berg mag betreden” en worden zelfs vrouwelijke huisdieren niet geduld. Athos wordt tegenwoordig veel bezocht en wordt „het Mekka van het orthodoxe Oosten” genoemd. In de boekerijen der kloosters bevinden zich sinds de Middeleeuwen zeer waardevolle handschriften op het gebied van Bijbel en patristiek. Gelukkig waren wij er in de zestiger jaren en waren we de enige buitenlandse bezoekers op Athos.

Het bijzondere is dat wij er toen net zo lang konden verblijven als we wilden terwijl tegenwoordig 3 dagen het maximum is. In alle kloosters kon je toen als voorbijganger voor een aalmoes of gift verblijven incl de maaltijden. In die tijd was er 3 x per dag het zelfde gerecht, witte bonen in tomaten saus, s`morgens koud, tussen de middag lauw en s`avonds warm, over variatie gesproken...

Die eerste nacht verbleven we in een klein eenvoudig klooster in de buurt van Daphni.

De volgende ochtend gingen we op pad om deze wonderbaarlijke religieuze klooster mannen wereld te verkennen. Boeiend was dat er alleen paden waren op Athos en er was geen gemotoriseerd verkeer. In een woord een verademing.  Na een mooie wandel tocht langs de berghellingen kwamen we bij het eerste klooster in de bergen aan. We klopten op een grote oude zware houten deur en na een poosje ging die krakend open en zagen we een oude monnik die ons binnen liet. De tijd had hier letterlijk stil gestaan want we waanden ons in de middeleeuwen. Communicatie was beperkt tot de meest elementaire zaken zoals eten, drinken en slapen. Onze beheersing van de Griekse taal was nul, laat staan Russisch.

We begrepen dat we konden rondkijken om ons een beeld te geven van dit monniken bestaan. Misschien hoopten ze ergens dat we geraakt zouden worden door hun manier van bestaan en zouden overwegen om te blijven. Want in dit klooster en ook de meeste anderen woonden nog maar een handje vol bejaarden monniken. In vroeger jaren waren de kloosters bewoond geweest door soms een paar honderd monniken per klooster. Na wat rondsnuffelen hier en daar kwamen we in de kapel terecht die zeer indrukwekkend was en elk van ons zocht een plek om er in stilte te kunnen ervaren wat het is om daar in alle rust te verblijven. Iets werd in me aangeraakt … een soort van ontroering golfde door me heen en tranen kwamen in mn ogen. Wat was dat? Met deze vraag bleef ik een poos zitten terwijl LeenCees en Karel verder gingen.

We kregen tegen de avond de uitnodiging om met de monniken de avondmaaltijd te gebruiken. Er was een serene stilte tijdens de maaltijd, die me ook weer raakte. De maaltijd en eigenlijk alles er omheen had een sober karakter.

Erna werden we onze kamers gewezen om er de nacht door te brengen.

De volgende morgen gingen we na het ontbijt weer verder op onze mysterieuze ontdekkingstocht...

Het was een prachtige ochtend en we hadden er zin in. Zo liepen we door dit prachtige landschap op weg naar de berg Athos die we soms tussen de bomen door aan de horizon konden zien.

Na een paar uur lopen doemde het volgende klooster op. Dit was andere koek want het lag op een steile ontoegankelijke berg punt. Hoe doen we dit…  Toen we dichterbij kwamen zagen we dat er vanuit een overhangend deel van het klooster boven ons een touw naar beneden hing. Zou het de bedoeling zijn dat we naar boven klommen? Voorzichtig voelden we of het sterk genoeg was en toe we er aan trokken, ging boven in het klooster een bel luiden …. We begrepen wat de bedoeling was, jij ook? Juist waarschijnlijk zou iemand opendoen al wisten we niet wat dat zou zijn. Na enig wachten en naar boven kijken gebeurde iets wonderlijks want er ging een luik open boven ons en er zakte langzaam en krakend een grote mand naar beneden …  Toen de mand op de grond stond riep de monnik boven ons wat, doch wat riep hij….?   Na een poosje begonnen we het te begrijpen dat als we naar boven wilden we erin moesten stappen. Wie eerst zei ik? Ze wezen naar mij … nauw vooruit dan maar want dit bijzondere experiment van Athos te bezoeken was tenslotte mijn idee. Met enige achterdocht stapte ik in de mand. Er werd wat geroepen en het touw van de mand spande zich om me vervolgens van de grond te tillen… Langzaam maar zeker ging ik de lucht in en hoorde boven me de monniken draaien en het een en ander kraakte on-behoorlijk. Na een stuk de lucht in te zijn gegaan was er een gekraak en de mand viel een stuk omlaag… ik gaf een schreeuw van de schrik en boven me hoorde ik de monniken lachen. Het touw was zo dik dat als het zich op een haspel op een gang op wint, schiet het na een poos ernaast. Door wat dieper door te ademen zakte de schrik en geleidelijk werd ik het klooster binnen gehesen en kreeg een groet van de 2 monniken die me hadden opgetakeld. Wel een heel bijzondere manier om zo een klooster te kunnen betreden door aan boord getakeld te worden. Ik stapte uit en de mand zakte weer voor de volgende. Alles op man kracht wat toch wel bijzonder was en me deed beseffen dat we inderdaad in de middeleeuwen waren beland want de tijd had hier stil gestaan.

We waren weer te gast in dit wonderbaarlijke bouwsel. Graag had ik jullie als lezers meer laten zien maar vind maar eens foto´s terug die meer als een halve eeuw geleden zijn ontstaan en na diverse keren verhuisd te zijn. Maar dat komt later.

We ervoeren dankbaarheid om dit allemaal mee te kunnen maken en ergens kwam een besef op dat er meer kloosters op Athos zijn als wij kunnen bezoeken want daar is minstens een paar maanden voor nodig. De kapel was weer de kostbaarste plek in het klooster en we betraden het toen een aantal monniken er hun gebeden aan het zingen waren. Heel zachtjes gingen we op de achterste banken zitten en wat we zagen en hoorden was zo mooi dat ieder besef van tijd en ruimte verloren ging.

Na de bekende maaltijd van bonen in tomatensaus genoten te hebben, kregen we onze kamer gewezen. Vol van alle indrukken legden we ons te slapen na nog een laatste blik uit onze kamer genomen te hebben op de klooster gang die naar onze kamer ging en de verstilde zee ...

De volgende ochtend lieten we ons, na afscheid genomen te hebben weer zakken en het mandje was een stuk vertrouwder als gisteren.

Zo gingen we weer op pad om verder naar zuiden te lopen om van het prachtige landschap en de ons steeds begeleidende schitterende middellandse zee te kunnen genieten.

In België was ooit het liedje beroemd, Om de volgende bocht is weer een café, misschien een wat oneerbiedige vergelijking maar voor ons kwam om de volgende bocht het volgende klooster.

We kregen al wat ervaring in het bezoeken van kloosters op Athos en kenden al wat in en outs.

Dit klooster voldeed weer aan onze oude verwachtingen hoe een klooster er uit kan zien.

Het bekende ritueel deden we weer van kloppen op een grote eeuwen oude en zware deur. Na een poosje kwam een monnik ons open doen en werden we voor de zoveelste keer welkom geheten.

Dit zo schrijvende besef ik me dat ik, door al mijn reizen die ik vroeg in mijn leven heb gemaakt, ervaringen heb opgedaan die helaas nu niet meer mogelijk zijn door het toegenomen massale toerisme. Om zo ongestoord weken op dit magische Athos rond te kunnen lopen is voor me van onschatbare waarde. Het klooster leven van de monniken had ergens een aantrekkingskracht voor me. De mystiek was voor mij hier duidelijk te ervaren in bijvoorbeeld het ontroerd raken als we de monniken prachtig horen zingen in een kapel. Door dit nu zo op te schrijven en mn ervaringen met jullie te delen voel ik het schrijven bijna als een noodzaak én een kans voor me om dit diep tot me door te laten dringen.

We gingen ook in dit klooster weer op zoek naar het wonderbaarlijke van deze plek. Deze keer raakten we in gesprek met een monnik die, zo waar frans sprak en gelukkig was LeenCees z’n frans goed genoeg om een gesprek op te zetten. Daardoor nam de monnik ons mee om het klooster te laten zien. We doolden door vele gangen om ergens in een kelder te geraken. Bij het licht van kaarsen konden we bij het schaarse licht honderden menselijke schedels zien liggen die keurig opgestapeld in rekken lagen. Wat was dit nu? Waarom liggen al die schedels hier opgeslagen vroeg ik me af. Terwijl LeenCees de uitleg kreeg die erg lang duurde kreeg ik op een gegeven moment een verkorte vertaling. Het is een oud gebruik om alle overleden monniken die in het klooster gewoond hebben na enige tijd op te graven en hun schedel hier te bewaren als zeg maar een soort eerbetoon. Onze monnik gids kon precies vertellen wie van de schedels in welk jaar hier gewoond had en wat z´n levens pad was zoals hoe hij hier gekomen was. Het was weer een reis in de tijd en ik besefte hoe kostbaar het was dit te kunnen zien en meemaken.

Na deze te gekke schedels ervaring gingen we weer verder, om op ons zelf verder rond te dwalen en de kapel te zoeken of misschien was het wel iets groter als een kapel. Eigenlijk iets heel bijzonders dat de monniken ons hier lieten ronddwalen want misschien is dat met het huidige toerisme heden ten dagen waarschijnlijk anders. ..  Op een gegeven moment, ja hoor daar was een prachtige grote kerk zaal achter in het klooster waar deze keer niemand was zodat we op ons gemak alle relikwieën, beelden, tapijten en eigenlijk te veel om op te noemen, konden bestuderen. Geleidelijk werd het weer etenstijd en kregen weer het beroemde Athos diner, misschien kun je het al raden, juist witte bonen in tomaten saus! We hadden al een kamer gewezen gekregen dus erna keerden we naar onze kamer voor een welverdiende nachtrust.

We beseften ons dat we niet eeuwig hier op deze bijzondere plek konden blijven rond dolen want we hadden noch een aardige reis voor de boeg. Dus maakten we een plan om toch geleidelijk aan maar weer de terugweg op te gaan. Ik wist bijna zeker dat de kans erg klein was dat ik hier ooit nog eens terug zou kunnen komen dus het was een one in a life time ervaring, maar gelukkig zouden er nog vele volgen in mijn verdere leven als je blijft lezen laat ik je het allemaal in je gemakkelijke stoel meemaken.

Dus die volgende morgen begon de terug tocht ofwel de kortste weg naar Daphni.

We namen bewogen afscheid van de monniken en vooral de frans sprekende.

Vreemd genoeg is de terug weg vaak ogenschijnlijk korter als de heen weg. Omdat we vroeg op pad gingen liepen we in ruim een dag weer terug naar Daphni waar de volgende ochtend het kleine veerbootje namen terug naar de Griekse vaste wal. Hopelijk zou daar nog mijn auto nog staan want je weet maar nooit. Ik was tenslotte al jong in een bedreigende wereld terecht gekomen en ik merk dat ik toch soms nog met enige achter docht naar de werkelijkheid kijk.

De terug tocht met het leuke veer bootje was een moment om alles wat we op Athos hadden meegemaakt een plekje te geven. Langzaam zagen we Daphni en alle kloosters naar de horizon verdwijnen en voor ons doemde de haven van Ouranoupoli op waar we ons Athos avontuur begonnen.

Natuurlijk stond mijn trouwe Taunus station wagen op de kade op ons te wachten.

Nadat het bootje was afgemeerd en LeenCees even moest zeggen dat de veerman het wat onhandig deed, stapten we op de wal en begaven we ons naar mijn auto.  

De terug reis was in vergelijking met de heenreis minder interessant dus schrijf ik liever weer een andere ervaring op want er zijn er nog genoeg …

Met mn ouders waren we met kerst nog al eens naar de wintersport op vakantie geweest. Zo doende leerde ik al vroeg skiën. Dat waren meestal mooie ervaringen en een keer hadden we een groot oud chalet gehuurd in Saas-Fee om er met mn oom Henk en z´n gezin kerst te vieren. We gingen dan met zn allen in de Bergland expres, een nachttrein van nederland naar de zwitserse alpen, om er in de bergen van de sneeuw te genieten. Dit beviel zo goed dat we meerdere keren zo gezamenlijk de kerstvakantie vierden in zwitserland. Ook stijn ging soms met ons mee.

Zo kwamen Stijn en ik, terwijl we in ons Prinsenhof woonden, op het idee om  samen een keer naar de wintersport te gaan en zochten daarvoor wat vrouwelijk gezelschap.  Het plan ontstond om daarvoor een advertentie in de krant te plaatsen. We hebben vele teksten geschreven en na veel oefenen en er over praten ging uiteindelijk de tekst met ons adres voor de reacties,  naar de redactie van de krant. Heel benieuwd waren we natuurlijk of er iemand op zou reageren. Ja hoor, een paar dagen later stroomden de eerste brieven binnen want internet bestond toen nog niet. Daar ontstond een nieuw probleem door het succes want kennelijk was onze tekst zo goed dat we veel reacties kregen en hoe die te sorteren? Weer veel gesprekken samen over dit sorteren. Na zelfs er een wiggelroede op los gelaten te hebben maakten we tenslotte na veel wikken en wegen onze keuze uit twee jonge vrouwen van ongeveer onze leeftijd. We zouden ze eerst ontmoeten op neutraal terrein zo als dat heet om te kijken of het klikt. Spannend vonden we het wel en spraken voor de eerste keer af op het terras van de Hermitage in Zeist. Ja hoe doe je dat zo´n eerste gesprek? We trokken onze nette kleren aan en zetten ons beste beentje voor zoals dat heet. Op het terras gezeten zagen we eerst juffrouw Joustra aankomen die Baukje heette en even later kwam Josje Zurburg om ons te vergezellen.

Iedereen kent de ervaring van hoe zo´n eerste gesprek te beginnen en meestal is de vraag, hoe was jullie reis of zoiets. Na een poosje raakten we in gesprek wat verder ging als prietpraat . zowel Josje als Baukje studeerden in amsterdam aan de universiteit. We konden met elkaar overweg en op een gegeven moment legden Stijn en ik ons plan voor om gezamenlijk op wintersport vakantie te gaan naar oostenrijk. We hadden daar een appartement gehuurd wat groot genoeg was. Na wat verdere informatie uitgewisseld te hebben besloten we het plan een kans te geven. Zo geschiede het dat we met z´n vieren in onze 2 auto´s vol beladen op weg gingen naar de winter sport.

Zo leerde ik Baukje kennen en besefte dat we een verbinding kregen die verder ging als de wintersport want we merkten dat we gelijkgestemd waren en er kwam verliefdheid in het spel. Ja, waarom wordt ik verliefd, zou je kunnen vragen? Daar komen energieën vrij die lastig voor me zijn te beschrijven . Doordat ik als kind uit zelfbescherming in de afgescheidenheid terecht kwam, bleef er toch een diep verlangen tot hereniging. Liefde is daar dan een drijfveer,.vooral als Baukje me laat ervaren wat een liefdevolle verbinding is.

Op een dag ging de telefoon en toen ik hem opnam belde een makelaar dat we het kasteel konden komen bezichtigen... Kasteel konden bezichtigen?  M´n  moeder was op vakantie en er was verder niemand om navraag te doen. Aangezien m´n moeder manische depressies had ging me een lichtje op, zou ze een kasteel willen kopen? Met een gaf ik aan de makelaar door dat ik het kasteel kwam bezichtigen om te zien en was benieuwd wat dat nu weer was. Die volgende dag reed ik de oprijlaan van Kasteel Neerijnen op, in de buurt van Zaltbommel. De familie van Pallandt had er gewoond en stond nu te koop. De makelaar nam me mee naar binnen door de monumentale ingangspoort en zo kreeg ik een unieke rondleiding door een heel mooi kasteel. Het waren allemaal zalen en kamers waar we doorheen kwamen en besefte een ding, afpoeieren!! Want ze is gek als ze zoiets koopt gezien wat er dan allemaal op haar/ons afkomt, ik moet er niet aan denken.

In die tijd was ik na wat wikken en wegen op het verzoek van mn vader in gegaan om zijn bedrijf voort te zetten want hij kon het niet meer door ouderdom. Beter zou zijn om te schrijven, ouderwijs doch helaas heet het ouderdom. In die tijd waren mn ouders verhuisd naar een huis wat ze achter in de tuin hadden laten bouwen gelijk aan het water van de Bergse Plas. Het oude huis was verkocht aan de Adriaan Stichting en die zouden er een revalidatie centrum gaan bouwen maar dat liet jaren op zich wachten en in die tijd woonde en ik met Baukje  in dat grote witte huis aan de Ringdijk. zie foto ergens hierboven. Toen al organiseerden we daar workshops want ik had ontdekt dat er iets nog te doen was in mijn binnenkant en vast ook bij anderen. Doordat ik als kind verzeilt was geraakt in een bedrijgende wereld, bleef ik ook bedreiging ervaren. Doch dat begon in me voor friksie en wrijving te zorgen en dat vroeg om heling.  

We organiseerden er o.a. holistische workshops, retraites, holotropic breathing sessies gegeven door een naaste medewerker van Stanilav Grof, een fascinerende psychiater die het ontwikkelde nadat z´n LSD therapie was verboden in de USA.om er maar een paar te noemen. Het groepswerk boeide me zeer en als het even kon deed ik natuurlijk zelf mee want dat was een buiten kans. Naast de groepen gaven we er ook feesten want hoort bij het jong zijn. De tuin lieten we wild zodat het een jungle werd.

Op kantoor waar ik meestal overdag was gebeurde er van alles want naast het administratieve werk was er ook het bezoeken van meerdere grote graafmachines die het bedrijf van mn vader had. Op zich natuurlijk een unieke leerschool om zo ongestoord de zaken wereld te kunnen ontdekken.

Op een dag toen ik weer eens in een groep mee deed zat er naast me een man die me wel aanstond en we raakten in gesprek en ik vertelde hem over mn dislektie. Hij was zeer toegewijd en vroeg me op een gegeven moment of ik interesse had om bij hem college te komen lopen op de universiteit. Ik had daar de opleiding helaas niet voor, zei ik hem. Dat had hij al begrepen maar hij was van mening dat eigenlijk de onderbouw op de universiteit minder nodig was en als experiment nodigde hij me daarom uit om de doctoraal opleiding bij hem te komen doen aan de hedendaagse Erasmus universiteit in Rotterdam. Te gek natuurlijk want zo´n aanbod kreeg ik niet elke dag of zelfs niet een keer per jaar. Dus een ochtend in de week kreeg ik college bedrijfssociologie. Aangezien ik eigenbaas was kon ik het inpassen in mn werk voor het grondverzet bedrijf waar ik de rest van de week me mee bezig hield.

Op een ochtend toen er weer college was bij professor Buiter, want zo heette mijn prof vroeg hij of we zin hadden in veld werk in plaats van in de college banken te zitten? Iedereen had zin want het was mooi weer buiten. Goed, zei Buiter en stelde ons studenten voor om met elkaar een haven staking op te zetten! Even later waren we onderweg naar de Rotterdamse haven om de haven arbeiders zo ver te krijgen dat ze zouden gaan staken. We reden het haven terrein op van een van de grote haven bedrijven en ergens vond Buiter een olie vat wat hij plaatste waar arbeiders waren het neer zette en klom erop. Daar ontpopte van een professor in eens een te gekke vakbondsleider en wij stonden vooraan om naar hem te luisteren met onze vuisten omhoog en te roepen, jaaaa we gaan staken want dit is onrecht!!

Tot onze verbazing kwamen er arbeiders aanlopen om ons voorbeeld te volgen en ook te roepen dat er onrecht was, we waren verwonderd hoe snel het ging. Op een gegeven moment waren er zoveel mensen samen gekomen dat een van hen het overnam en ze richting het haven kantoor gingen om het onrecht daar op tafel te smijten en loonsverhoging te eisen.

Prof. Buiter klom van het olie vat en zei tegen ons, kom weg wezen…

Terug in de college zaal gaf hij ons toen een briljante uiteenzetting over rechtvaardigheid.

Dat veld werk college zal ik nooit vergeten en deel dit avontuur weer graag hier met jullie…

p.s.meer foto´s komen nog als ik ze kan vinden natuurlijk ...

 

Wordt vervolgd  HIER  aanklikken